Boom.
Lengte: 6 – 20 m. Bloemkleur: Groengeel.
Bloeimaanden: april-mei.
Bodem: Zonnige
tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke grond.
Groeiplaatsen: Langs
wegen en weilanden, slootkanten en andere waterkanten, broekbossen, grienden.
Verspreiding: Europa,
behalve het noorden, het Atlasgebied, oostwaarts tot in Midden-Azië. Nederland: Algemeen.
De Schietwilg kan bij ongestoorde ontwikkeling uitgroeien tot een hoge boom met een vrij smalle gesloten kroon.
Als boom kan hij een eeuw oud worden. De bladeren zijn fijn getand en spits met zilverkleurige haren aan de onderzijde van
het blad. De gele mannelijke katjes en groene vrouwelijke katjes verschijnen in april en mei aan aparte bomen. Vroeger werd vooral de Schietwilg als
knotboom gebruikt door om de 2 à 3 jaar de lange rechte takken af te zagen; deze zgn. “wilgentenen” werden voor
allerlei toepassingen gebruikt: er werden fuiken of manden van gemaakt of het werd gebruikt als veevoer. De dikkere takken
waren bestemd voor het maken van hekken, bonenstaken, gereedschapsstelen en brandhout.
|
WILG DIE GEKNOT IS, NABIJ DE POELEN IN HET BEATRIXPARK |
|
WILG, NATUURDEEL PARK |
Een heel imposante schietwilg staat aan de rand van het wandelpad, ten westen van de uitkijkheuvel aan de rand van een
eiken/essen bosperceel, in het natuurdeel van het park. In februari 2007 had hij een hoogte bereikt van ongeveer 24 meter.
Er van uitgaande dat de bosvakken rond het jaar 1983 moeten zijn ingeplant komt de gemiddelde groei van deze wilg
op ongeveer 1 meter per jaar. Met een stamomtrek van 2,45 meter is hij een van
de dikste bomen in het Beatrixpark.
|